Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord
Je bent hier:

1000 jaar recht spreken in Veurne (door J. Van Acker)

 

Vanaf ca. het jaar 1000 wordt recht meer en meer een zaak van de overheid, in onze regio in eerste instantie de graaf van Vlaanderen. Hij stelt in onze streek schepenen aan die in zijn naam recht moeten spreken en voor het eerst vermeld worden omstreeks 1100. Zij worden gemaand door een grafelijke dienaar, de burggraaf, en later de baljuw, die stilaan de rol van een “Openbaar Ministerie” op zich neemt. Omdat maritiem Vlaanderen een wel bijzonder roerige bevolking kent, stelt de graaf daarnaast ca. 1145 een nieuw korps van strafrechters aan, die hogere bevoegdheden hebben. Zo kunnen ze ter dood veroordelingen uitspreken. Ze moeten toezien op de strikte toepassing van de grafelijke “keure”. Daarom worden zij “keurheren” genoemd, en wie er ondergeschikt aan is, “keurbroeders” en “keurzusters”.

In 1240 versmelten de beide rechtbanken met elkaar. Voortaan staan 18 schepenen-keurheren in voor de justitie in de regio van Veurne, de “kasselrij”, die niet minder dan 42 dorpen telt.

Zoals elders in Vlaanderen weten ontluikende steden en soms ook plaatselijke heren een deel van de justitie naar zich toe te trekken. Zo wordt in 1163 de havenstad Nieuwpoort gesticht en groeien in de loop van diezelfde eeuw Lo en Veurne uit tot zelfstandige steden, met eigen schepenen, voorgezeten door twee burgemeesters. Zij behandelen de rechtszaken die zich afspelen binnen hun gebied of betrekking hebben op hun inwoners, de “poorters”. Voor hun taken hebben zij een eigen stadhuis. Omstreeks 1450 beslist de stad zelfs een nieuw stadhuis te bouwen op de hoek van de Grote Markt en de Ooststraat, en dat wordt in 1530 nog eens flink uitgebreid. Het is het gebouw, dat we nu kennen als het “Spaans Paviljoen”.

Na de politiek-religieuze troebelen en de economische problemen van de 16de eeuw, besluiten de stad en de kasselrij in 1586 samen te smelten tot één overheid. Ook de organen die als rechtbank fungeren, fusioneren, zodat voortaan 20 schepenen-keurheren, voorgezeten door 2 burgemeesters-landhouders, de dienst uitmaken. De nieuwe stad en kasselrij Veurne beslist zijn zetel in het oude Landshuis te vestigen, dat daarna volledig herbouwd wordt.

Tot het einde van het Ancien Régime blijft het rechtssysteem in Veurne ongewijzigd. Schepenen-keurheren zetelen, onder de leiding van vooral de burgemeester-landhouder van de wet en gemaand door de baljuw, in diverse rechtskamers en behandelen zo goed als alle burgerlijke geschillen, misdrijven en misdaden uit hun gebied.

Jan VAN ACKER, historicus, Veurne, gewezen stadsarchivaris.